Van het geslacht Nerine zijn 25 soorten en een aantal ondersoorten beschreven (Graham Duncan 2016) Nerine ‘s komen uit de kustgebieden van Zuid Afrika, de Tafelberg en Natal, Swaziland en Botswana. Sommige soorten staan vaak wat vochtig, langs beekjes en poelen. Andere soorten houden juist van wat drogere puinhellingen. Slechts een klein aantal is in cultuur. Het blad verschijnt gelijk met de bloemen of daarna. Bloemen zijn er in tinten van rood en roze, variërend tot wit. Ze staan in een paar tot veelbloemige schermen, 4-20, op een dunne of een stevige stengel van 30 tot wel 90 cm. Bollen zijn 3-5cm in diameter. De meeste zijn herfstbloeiende bolplanten. Nerine bowdenii bloeit wel door tot de eerste vorst! Koop deze bollen liever bij een goede, betrouwbare leverancier. De bollen die vaak in tuincentra worden aangeboden, hangen daar te lang en dan drogen de bollen te veel uit. Nerine is een zeer geschikte plant voor potcultuur. De bollen worden in februari-maart in voedzame, goed waterdoorlatende grond opgepot. Het blad verschijnt al gauw en blijft tot oktober goed. In die tijd beginnen ze te verkleuren en wordt het water geven verminderd. Rond september – oktober verschijnen de bloemen. Na de bloei wordt geen water meer gegeven. De bollen worden in de potten gelaten, donker weggezet en tegen maart wat ververst, zonder de Nerine 's eruit te halen. Nerine houdt van een ongestoorde groei. Ze staan graag dicht op elkaar in de pot. De bol vernieuwt zich van binnenuit net zo als de narcis. De bloem ontwikkelt zich al twee jaar voor dat men haar zal aanschouwen, zodat in een bol zich twee bloemknoppen ontwikkelen, de ene voor dit jaar en de volgende voor het jaar erop. De teeltomstandigheden van het vorig jaar hebben zo invloed op de bloem van dit jaar. De vermeerdering geschiedt meestal door middel van klisters (bijbollen). Per bol ontstaan er per jaar 4-6 klisters. Nerine bollen moeten in de regel met de nek van de bol boven de gronden worden opgepot. Zaaien gaat ook prima. Zaai de groene, dikke zaden op een goede zaaigrond en druk ze alleen iets aan. Ze moeten niet bedekt worden! Het zijn lichtkiemers! De aarde alleen een beetje vochtig houden.

Zaaien:
Vermeerderen van Nerine ‘s door zaad is gemakkelijk en goedkoop. Bijna alle Nerine soorten produceren grote hoeveelheden zaad. De meeste soorten zijn zelfbestuivend en hoeven niet handmatig te worden bestoven. Zoals de meeste Amaryllidaceae van zuidelijk Afrika zijn de zaden van Nerine vlezig en ontwikkelen zich snel na bevruchting. Zaden rijpen binnen 3 tot 4 weken en zodra ze loslaten kunnen ze worden geoogst. Het is zaak om de zaden zo snel mogelijk te zaaien. Vaak beginnen bestelde zaden al op hun reis naar Nederland in het zakje te kiemen! Vers geoogste zaden kunnen enkele maanden droog in de koelkast worden bewaard. De zaden kunnen het beste worden gezaaid in wat diepere potten. Gebruik een goed waterdoorlatend substraat. Ik gebruik hiervoor Mix 3. Verdeel de zaden over de zaaigrond, druk ze licht aan en sproei ze voorzichtig met een bloemenspuit. Beslist niet bedekken! Verder geen water geven totdat de eerste blaadjes verschijnen. Jonge planten kunnen het beste de eerste twee jaar in de zaaipotten blijven. Dan kunnen ze ongestoord een bol ontwikkelen. Nerine masoniorum zal vaak al na twee jaar bloeien. Maar de meeste soorten zullen pas na drie of vier jaar bloeien. Nerine huttoniae en Nerine laticoma doen er minimaal vijf jaar over.

Stand van de beschreven soorten per 01-01-2018. Ik heb de indeling van Graham Duncan gevolgd.

01 Nerine alta (W.F. Barker)
02 Nerine angustifolia (Baker) W.Watson
03 Nerine appendiculata Baker
04 Nerine bowdenii subsp. bowdenii W.Watson
05 Nerine bowdenii subsp. welsii C.A. Norris ex G.D. Duncan
06 Nerine filifolia Baker
07 Nerine frithii L.Bolus
08 Nerine gaberonensis Bremek. & Oberm.
09 Nerine gibsonii K.H.Douglas
10 Nerine gracilis R.A.Dyer
11 Nerine hesseoides L.Bolus
12 Nerine humilis (Jacq.) Herb.
13 Nerine krigei W.F.Barker subsp. krigei
14 Nerine krigei W.F. Barker subsp. falcata (W.F.Barker) G.D. Duncan
15 Nerine laticoma (Ker Gawl.) T. Durand & Schinz subsp. laticoma
16 Nerine laticoma (Ker Gawl.) T. Durand & Schinz subsp. huttoniae (Schönland) Traub
17 Nerine macmasteri G.D. Duncan)
18 Nerine marincowitzii Snijman
19 Nerine masoniorum L.Bolus
20 Nerine pancratioides Baker
21 Nerine platypetala McNeil
22 Nerine pudica Hook.f.
23 Nerine pusilla Dinter
24 Nerine rehmannii (Baker) L.Bolus
25 Nerine ridleyi E.Phillips
26 Nerine sarniensis (L.) Herb.
27 Nerine transvaalensis L. Bolus
28 Nerine undulata (L.) Herb.

Aanbevolen praktische literatuur:

Nerines A brief guide to growing Nerines in the British Isles - The Nerine & Amaryllid Society ISBN: 978-0-9570379-0-8
Grow Bulbs - Graham Duncan, Kirstenbosch Gardening Series, First Edition 2000, ISBN: 1-919684-26-3
Grow Bulbs - Graham Duncan, Kirstenbosch Gardening Series, Second Edition 2010, ISBN: 978-1-919684-56-7
Bulbs - John E. Brian, Timber Press, Revised Edition 2002, ISBN: 0-88192-529-2
The Amaryllidaceae of Southern Africa - Graham Duncan, Barbara Jeppe, Leigh Voigt, Umdaus Press 2016, ISBN: 978-1-919766-50-8